Pijp van de Maand Januari 2026



Een pijp van de Dogon in Mali
Met deze bijzondere kleipijp uit Mali sluiten we aan bij een artikel uit ons jaarboek van 2017, geschreven door Piet Smiesing. Aan de hand van een vijftal fragmenten nam hij ons daarin mee naar Mali en naar het volk dat daar woonde: de Dogon.
Er zijn uit Mali, en meer specifiek uit Djenné, meerdere vondstcomplexen bekend waarbij fragmenten en zelfs complete pijpen zijn opgegraven, en waar aan de hand van de grondlagen ook een redelijk nauwkeurige datering kon worden gegeven. Hoewel de geschiedenis van de tabak in Mali bij de Dogon teruggaat tot de 17e eeuw, lijkt het zwaartepunt van dit type pijpen te liggen rond 1800.
Het is interessant om te zien dat, hoewel dit type duidelijke vormkenmerken vertoont, het formaat van de pijpen flink uiteen kunnen lopen. In de collectie van de auteur bevinden zich exemplaren van 5,5 tot 13,5 cm hoog.
De pijp van de maand heeft een kenmerkende langgerekte ovale vorm met een vierkante, taps toelopende steel insteek, is gemaakt van fijn rood bakkende klei en het oppervlak wekt de indruk dat de pijp is gepolijst.
Buitengewoon bijzonder aan deze kleipijp is, dat hij zowel aan de ketelrand als rondom de manchet een afwerking heeft van metaal. Voor zover na valt te gaan is dit het enige bekende exemplaar met een soortgelijke versiering of afwerking. Het lijkt om een laag gehalte zilver te gaan. Het metaalwerk is zeer fijn uitgevoerd, waarbij het dunne metaal van de ketelrand om de rand heen is geslagen. De band rond de manchet is met een felsnaad verankerd waarbij in het zilver ook een aantal geometrische versieringen zijn aangebracht. Onder de metalen band is een geradeerde versiering in de klei te zien die typisch is voor dit type pijpen en waarvan een voorbeeld ook te vinden is in de groep die door Piet Smiesing is beschreven.
De pijp is mogelijk te dateren tussen 1800 en 1840 en heeft een hoogte van 8 cm.



