175 – PKN Magazine (Leden)
De verloren zoon. Een stripverhaal uit de achttiende eeuw op een chique tabaksdoos – Bert van der Lingen (pdf)

Al rond 1590, toen het roken van tabak in kleipijpen zijn intrede deed in Nederland, werden bestaande doosjes gebruikt om de tabak in op te bergen en te vervoeren. Al vrij snel werden meestal koperen tabaksdoosjes gebruikt, die specifiek voor dit doel waren vervaardigd. In de zeventiende eeuw waren deze doosjes eivormig en hadden soms een ingebouwde metalen stoppertje om de tabak in de pijp aan te drukken. Halverwege de zeventiende eeuw kwamen er ovale gegraveerde tabaksdozen, die werden opgevolgd door langwerpige dozen met ronde en later schuine korte zijden, zoals de hier afgebeelde bijzondere tabaksdoos die afgelopen jaar aan het Historisch Genootschap Nieuwkoop e.o. is geschonken. De uit de periode 1740-1770 daterende tabaksdoos heeft een Bijbelse voorstelling. Dit artikel beschrijft een erg fraaie tabaksdoos uit de collectie van het HGN met daarin gegraveerd als een cartoon het Bijbelse verhaal van de verloren zoon (Lucas 15, vers 11-32) gegraveerd en begeleid met teksten. En dat is bijzonder fraai gedaan.
Leden van de Staten-Generaal, 1742 – Bas Konijnendijk (pdf)

De tekst beschrijft de politieke rol van de Staten-Generaal in de Republiek en hun samenstelling uit provinciale afgevaardigden. Rond 1740–1750, de periode van de pijpenkop, leverden verschillende steden en provincies jaarlijks nieuwe gecommitteerden. De in dit artikel beschreven pijpenkop toont vier figuren die waarschijnlijk deze nieuw aangetreden afgevaardigden uit 1742 voorstellen, waaronder één uit Gouda. Het object kan dus een eerbetoon zijn van Goudse pijpenmakers aan hun vertegenwoordiging in het hoogste bestuursorgaan. De pijp is rijk versierd, van hoge kwaliteit en voorzien van symbolen zoals wapenschilden en een tekstlint over de Staten-Generaal. Dirck Sevenhuysen, Adriaan van Groenendijk, Boldewijn Sloet tot Lindenhorst en Slotenhagen, Thimon van Meel, Lieve Pijl, Dirk Mansvelder, Willem Brammert, Louwerens Stalderwijk, Jan Bastiaensz Overwesel, Gerrit Nobel, Freek Mayenburg, Duco
Salomon van Wijmen pijpenmaker (1771-1773) en boef – Ruud Stam (pdf)

Het verhaal beschrijft de korte carrière en criminele activiteiten van pijpenmaker Salomon van Wijmen in Gouda. Na zijn mislukte loopbaan verviel hij in diefstal van ijzer en andere materialen, die hij verkocht aan een heler, Adrianus de Roode. Tijdens meerdere verhoren in 1775 bekende hij talrijke diefstallen, ondanks pogingen zichzelf en De Roode te beschermen. Zijn motief bleek niet armoede, maar verkwisting van een erfenis en een losbandige levensstijl. Hoewel er sterke aanwijzingen tegen De Roode waren, werd alleen Van Wijmen veroordeeld tot geseling en verbanning. Salomon van Wijmen, J. Smit, Willem Frederiksz van der Hoeve, Izaak van Wijmen, Pieter Schalkwijk, Jacobus Swart, Arij van der Spelt, Jan van Gent Gzn., Willem Wagenaar, Pieter Soldaat, Jan Sonneveld, Aart Bremmert, Ruth Boot, Adrianus de Roode, Wouter Begeer
Een pijpenpeuter en een stoppertje met een verhaal – Ruud Stam (pdf)

De tekst beschrijft een hazensprong, een botje uit een hazenpoot dat als eenvoudig en goedkoop hulpmiddel werd gebruikt om pijpen schoon te maken. Dit gebruiksvoorwerp was wijdverbreid op het platteland en werd later ook als luxeobject uitgevoerd in zilver of brons. Naast dit botje werd een bijzonder pijpenstoppertje gevonden, gemaakt van munten. Dit stoppertje verwees naar “zes-en-een-kwart”, de bijnaam van de nazi-bestuurder Seyss-Inquart. Het object diende als subtiele vorm van verzet en spot tijdens de Tweede Wereldoorlog. Arthur Seyss-Inquart
De pijpenmaker Nicolaas van Son de Lang uit Gorinchem en het merk NVSDL met vis gekroond (1819-1823) – Bert van der Lingen (pdf)

Het artikel beschrijft een unieke pijpenkop uit Gorinchem met een zijmerk van vijf initialen (NVSDL), toegeschreven aan pijpenmaker Nicolaas van Son de Lang. Hij begon rond 1814–1819 zijn bedrijf, ondanks de slechte economische situatie van de pijpenindustrie. Van Son de Lang groeide uit tot een van de laatste en grootste pijpenmakers van Gorinchem, maar overleed al in 1823. De pijp met dit bijzondere merk kan daardoor nauwkeurig gedateerd worden tussen 1819 en 1823. Na zijn dood zette zijn weduwe Elisabeth van Heeten haar leven voort via meerdere huwelijken en bleef zij betrokken bij de pijpenindustrie in Gouda. Nicolaas van Son de Lang, Johan Philippus de Lang, Janetta van Son, Jan Valke, Johannes de Lang, Jan Dam, Johanna Dam, Elisabeth den Heeten, Dirk van der Hart, Thomas Stalenberg, Huijbert Stalenberg, Katharina van Outheusden, Michael van Leefland, Hans Brinkerink
